Ah man! Kennis stelt toch niks voor!

Herkennen jullie dit? Ik lees flink door op Twitter en LinkedIn. Ik bewaar in Evernote en Instapaper. Ik hou van TedTalks. Ik lees graag magazines : het echte en het e-zine. Een boek zie ik ook wel zitten. En boven alles : een goed gesprek. Face-to-face of in een zaal. Ik raap de info bij elkaar aan een snelheid en in een veelvoud van wat ik kon vastkrijgen toen ik in 1989 aan mijn loopbaan begon. En dan opeens! Dan opeens lees je opnieuw die zelfde ‘titel’ … en dan denk je ‘tiens, dit komt me bekend voor’ …

Maar je weet het niet meer!

Toch wel. Je weet ‘dit komt me bekend voor’. ‘Ik heb dat ooit al eens gelezen’. Maar ik herinner me het slechts vaag. En wat ik er van had moeten onthouden is foetsie. Weg. Gone. Disparu. Doeme toch, al die moeite voor niets.

Dit is ook een goeie. Je zoekt in je persoonlijke digitale archief op een kernwoord. Je botst op hele leuke artikels die je nu onmiddelijk zou willen lezen. Reuze interessant is dit! Alleen : ze zitten in je archief. Dus je hebt ze ooit al eens gelezen! Maar je weet het niet meer. Laat staan dat je nog weet waarover ze gaan. Laat staan dat je nog weet dat je het artikel had. Laat staan dat je met opzet naar het artikel zou hebben gezocht toen je het nodig kon hebben gehad.

Er is gewoon veel teveel (lees : veel teveel) info. Hoe meer info we verwerken hoe meer het vervaagt. ‘Hoe meer ik studeer, hoe meer ik weet, hoe meer ik vergeet’ grapten we vroeger als kinderen. Alles wordt dun, wordt oppervlakkig. ‘Ja ik herinner me er vaag iets van’.

Jaren geleden was er het succesvolle programma Schalkse Ruiters op de TV. Zondagavond. Wat een avond. “Niets plannen op zondagavond mannen, Schalkse Ruiters weet je wel!”. Het spelconcept bestond erin dat het verhaal dat werd verteld ‘waar’ of ‘onwaar’ was. Toen had ik dat gevoel ook al! ‘Ja, ik heb daar ooit eens iets van gehoord’. Alleen : ik weet niet meer of het waar was of niet. Op internet overkomt het me vandaag steeds meer. ‘Ik heb daar ooit iets van gelezen of gezien’. Maar was het nu waar of niet? Was het onderbouwd of niet? Geloofwaardig of niet? Was het ‘voor echt’ of ‘bij wijze van spreken’? Was het ‘onderwerp’ of ‘in de marge’?

Kennis hebben stelt dus niets meer voor.

Kennis ligt voor het rapen. Ze plaveien er de straat mee. Maar ‘kennis’ is niet hetzelfde als ‘kunnen’. ‘Info vinden’ is niet gelijk aan iets ‘weten’.

Ik zie het als volgt. Er zijn drie dingen die het verschil maken.

  1. Kennis bestaat niet uit de info, maar uit de verbanden tussen die info. Weten wat je met die info moet doen, daar draait het om! Welke informatie in welke situatie, aangepast aan welke omstandigheden, als antwoord en reactie op welke realiteit? Dat is een paar andere mouwen dan Googlen.
  2. Kennis krijgt waarde door credibiliteit. Kennis wordt gezocht bij mensen die je vertrouwt. Als hij/zij het zegt zal het wel waar zijn zeker? In deze tijden van info-gestie komt het eigen netwerk steeds meer naar boven als baken van te vertrouwen kennis. En de obligate opendeur : wat mensen onder elkaar vertellen is vele keren geloofwaardiger dan wat bedrijven of instituten aan diezelfde mensen vertellen. Daar hoef je geen tekeningetje bij te maken.
  3. Mag ik het met een filosofisch sausje overgieten? Kennis wordt pas iets waard als ze gedeeld wordt. “All that’s not given is lost.” Alle uitingen van conversatie, online of offline, vormen samen een zenuwstelsel van (toekomstige) waardecreatie.’Kennis is macht’ kan naar de vuilbak. ‘Delen’ en ‘netwerken’ wordt het nieuwe speelveld.

Ik ga voor deze 3 : Verbanden – Vertrouwen – Delen. Da’s waar kennis het verschil maakt.

Vind je dit interessant? Dan is deze eerdere blogpost een leestip voor jou : Meester-Gezel-Leerling

Advertenties

‘Mond-aan-mond’ is een ziekte?

“Dat moet je niet doen!” zei hij! ‘Hij’ is een van mijn vrienden die zelf nogal wat ervaring heeft met presentaties voor groepen. “Het woord ‘virus’ is zo eng en vies!”. “Het mag dan nog wel waar zijn dat een goed idee zich verspreidt zoals een ziekte. Maar wie wil daar nu aan herinnerd worden?”. “Niet doen, andere beeldspraak zoeken jongen!”.

Maar Malcolm Gladwell doet het wel in zijn boek The Tipping Point. Dit begrip, ‘The tipping point’, is het moment waarop een epidemie spectaculair – explosief – exponentieel doorbreekt. Het belangrijkste kenmerk van deze doorbraak? Het zijn hele kleine dingen die hele grote gevolgen hebben.

Onze Malcolm wil de wereld uitleggen hoe Word Of Mouth werkt. Mond-aan-mond. Hoe wordt een idee overgedragen van persoon naar persoon? En de auteur beweert dat dit op exact dezelfde manier gebeurt zoals een virus zijn werk doet. Word Of Mouth begint klein, het wordt door kleine dingen versterkt en mogelijk gemaakt … en plots … is er die piek, die doorbraak. The tipping point.

Ik ga hier het boek voor jullie niet bespreken … Echte liefhebbers kunnen hier mijn mindmap van het boek inkijken. True die-hard fans mogen me ook altijd vragen om de 3 luister-CD’s te lenen. Ze staan bij AVEVE in de boekenkast!

Ik wil wel enkele lessen voor AVEVE met jullie delen. En die situeren zich op 3 domeinen :

Denk ‘klein’ niet ‘groot’. Het gaat steeds om subtiele veranderingen en subtiele gedragingen. De wereld verandert door kleine dingen, niet door grote dingen! Kleine dingen met grote effecten. Geïnteresseerd? Zoek ook eens in de tagwolk naar ‘nuance’ of lees over kracht van wortels en zwarte zwanen.

Kleine groepen mensen : The law of the Few

Het gaat over een kleine groep mensen die verantwoordelijk is voor de verspreiding van een idee. Mr. Gladwell spreekt van ‘connectors’ (netwerkers), ‘mavens’ (kennis-freaks) en ‘salesmen’ (verkopers). Richt je nooit op grote doelgroepen voor WOM, maar altijd op zeer kleine.

  • Les 1 voor AVEVE : Find the mavens! De ‘mavens’ zijn het belangrijkst. Dit zijn de mensen die alles willen weten over tuin of dier of bakken. Niet om te pochen, niet om invloed uit te oefenen, niet om gelijk te krijgen … Alleen maar voor het plezier van ‘alles te weten over tuin of dier of bakken’. Niets meer – niets minder. Just for the fun of it.
  • Les 2 voor AVEVE : In de klantensegmenten zijn het net die kleine groepjes ‘connectors’-‘mavens’-‘salesmen’ die hun vrienden en kennissen kunnen en willen doorgidsen van het ene horizontale/verticale klantensegment naar het andere.

Kleine sticky dingetjes zorgen ervoor dat de boodschap plakt. Subtiliteit is troef! Stickyness.

  • Les 3 voor AVEVE : Dus niet de grote boodschap, niet het luide geroep, niet de meest flashy en/of verrassende montage, niet de duurste campagne genereert aandacht. Kleine dingetjes zorgen ervoor dat een boodschap blijft hangen. Gladwell beschrijft het voorbeeld van Sesamstraat waarbij wetenschappelijk werd bewezen dat kinderen enkel aandachtig zijn als ze iets ‘begrijpen’, en dus niet als iets ‘flitsend’ of ‘kleurrijk’ is.

Een echte aanrader vind ikzelf de SUCCES-formule van de gebroeders Heat. Simple, Unexpected, Concrete, Credible and Empathic Stories.

Kleine dingen in de context bepalen de boodschap. The power of Context.

Wat je zegt wordt volledig gekleurd door de omgeving waarin je het zegt. En ook hier gaat het terug om kleine dingen en details. Denk aan de kleine koffievlek op een consultancy-rapport of een dt-fout in een aanbevelingsbrief. Een valse glimlach van het personeel of een vuile kassazone. Een spreker wiens micro kraakt en een high-tech presentatie met haperend internet.

Het voorbeeld van Gladwell is oh zo herkenbaar. “Criminaliteit in verloederde wijken daalt door het repareren van gebroken ruiten en stijgt als graffiti en kapotte ramen blijven.”

  • Les 4 voor AVEVE : Steek meer energie in het verzorgen van een kleine context ‘in harmonie’ dan in het steeds opnieuw creëren van een nieuwe en grotere context ‘out of control’. Doordenkertje : welke inspanning brengt het meest op?  3 x 3 x 3 x 3 of 9 + 9 + 9 + 9?

Leuke ‘trivia’ : Op het einde spreekt hij over de “Cola-hysteria in the Belgian schools back in ’99 “.  “It all started in Burn’m (Bornem:-) and then Oral-bake (Harelbeke :-)”. Ik was het al bijna vergeten. Maar het is wel het perfecte voorbeeld om de vergelijking tussen virus en word-of-mouth te illustreren.

“Ken meer boeken, lees er geen!”

Veel te vroeg in de ochtend, snelwegrestaurant, croissant en hardgekookt eitje … alsook een grote tas koffie. En ‘Marc’ aan de andere kant van tafel. ‘Ik heb een boek voor jou’ zegt Marc. ‘Speciaal voor jou’. Geweldig vind ik dat … ‘Over appreciative inquiry’.

‘Het schijnt een heel goed boek te zijn’ vervolgt Marc zijn, wat later zou blijken, aanbod. Croissant en eitje zijn ondertussen verdwenen.  ‘Je mag het boek hebben’. Leuk. ‘Op één voorwaarde : als je het gelezen hebt drinken we samen een tas koffie’. OK Marc, done deal. ‘Ik zal je een geheim verklappen’ zegt Marc. ‘Zelf lees ik geen boeken, ik koop er alleen maar’. ‘En ik geef ze allemaal weg, om nadien veel koffie te drinken’. Een wel zeer grote grijns verschijnt op het gezicht aan de andere kant van tafel.

Maar het is verdomd wel waar! Wie kan alle voor hem beschikbare info op de dag van vandaag verwerken? Boeken, whitepapers, verslagen, weblinks, executive summary’s, rapporten, twitterfeed, nieuwsbrieven, slideshare, tijdschriften, vakbladen, e-zines … Ik niet. “Information overload”.

Maar Marc geeft me een hint. Als interessante info naar jou toe komt, dan is netwerken meer dan recepties en small-corporate-talk alleen. “Rudy, dit is iets voor jou”. “Had je deze al Rudy?”. “Ik denk dat jij dit leuk gaat vinden Rudy”. “Moet jij zeker zien, Rudy”. Netwerken rendeert, zeker weten. Laat je net werken voor jou, en omgekeerd …

Ik schreef eerder een blogpost over de waarde van een managementboek volgens mij : niet de inhoud telt, wel de trigger!